Zien, proeven en genieten...
Handgemaakte bonbons en chocolade van Visser. Ambacht en Pure Passie zijn door de Limburgse Chocolatiers van Visser meesterlijk vertaald in hun producten. U ziet, proeft en beleefd een ware smaaksensatie van vele uiteenlopende ‘bonboncreaties’.
Dagelijks staan de vakmensen van Visser Chocolade klaar om kwaliteitsproducten te vervaardigen. Er wordt met de allerbeste grondstoffen gewerkt: uitsluitend chocolade uit het topsegment van Callebaut, hazelnoot- en amandelpraline, room, roomboter, Tahiti-vanille en esprits van de beste likeurhuizen.
Immers kwaliteit is smeltgedrag in de mond. Door uitsluitend de beste ingrediënten in combinatie met de juiste chocolade verwerkingstechniek te gebruiken, kan een perfecte smaakbeleving tot stand gebracht worden!
Alle handgemaakte bonbons zullen de kwaliteitscontrole moeten doorstaan om uiteindelijk de consument te verleiden en wellicht terug te laten komen!
Wij hebben voor u een zeer ruim assortiment bonbons samengesteld, dus kom snel langs om uzelf te overtuigen van deze “Tasty” uit Limburg.
Uiteraard zijn deze bonbons het ideale cadeau om iemand mee te verrassen. Wij hebben 3 verschillende maten doosjes tot onze beschikking, u zorgt zelf voor de selectie van de bonbons en wij zorgen voor een feestelijk passende verpakking. Het cadeau dat altijd in de smaak valt!
Geschiedenis van chocolade
De Azteken verbonden cacao met Xochiquetzal, de godin van de vruchtbaarheid. Zij dronken een chocoladedrank, xocoatl, vaak op smaak gebracht met vanille, chilipeper en piment. De drank zou vermoeidheid tegengaan, wat wordt veroorzaakt door de cafeïne in de cacao. Een Spaanse jezuïtische missionaris, Jose de Acosta, die aan het eind van de 16e eeuw in Peru en Mexico woonde, schreef hier al over. De drank werd onder andere gebruikt aan het hof van keizer Moctezuma.
In 1585 werd chocolade voor het eerst op commerciële schaal van Vera Cruz naar Sevilla vervoerd. Chocolade werd toen alleen gedronken, waarbij de Europeanen er suiker aan toevoegden en de chilipeper weglieten. In 1615 werd de chocoladedrank bij officiële audiënties bij de Franse Koning ingevoerd. Later werd dit door bezuinigingen weer afgeschaft. In de 17e eeuw was chocolade een luxeproduct dat vooral gebruikt werd door de adel.
De Spanjaarden, die in Amerika woonden, ontdekten dat er lekkere chocoladekoekjes konden worden gemaakt door suiker aan de cacaopasta toe te voegen. De Spanjaarden konden de bereiding van chocolade bijna een eeuw lang geheim houden.
De eerste chocoladefabriek verrees in 1728 in Engeland. In 1760 kwamen er fabrieken in Duitsland en Frankrijk. Zwitserse chocolade werd gefabriceerd in de eerste Zwitserse fabriek in 1819. In het midden van de zeventiende eeuw kwamen in Nederland speciale koffie- en chocoladehuizen.
In 1828 begon in Nederland de chocoladeproductie door een uitvinding van Coenraad J. van Houten, waarbij op eenvoudige wijze het vet van de cacaomassa kon worden gescheiden; iets wat wereldwijde navolging kreeg. Eind 18e eeuw begon chocolade in prijs te dalen, zodat het een echte volksdrank kon worden.
De eerste eetbare chocolade zou in 1847 zijn gemaakt door de Britse Quaker Joseph Fry. De Quaker-families Fry, Cadbury en Rowntree waren twee eeuwen in de chocolade-industrie actief.
Cacaoboom
De pit uit de vrucht van de cacaoboom wordt de cacaoboon genoemd. Deze wordt gebruikt voor de bereiding van chocolade. Officieel heet de cacaoboon Theobroma cacao. Theobroma betekent: voedsel van de goden. De bomen op de cacaoplantages worden ongeveer vijf tot zes meter hoog en hebben grote langwerpige bladeren. Pas na vier jaar begint de cacaoboom te bloeien. Hij blijft zijn verdere leven continu bloeien, vandaar dat er tegelijkertijd bloesem, onrijpe en rijpe vruchten aan een boom zitten. Per jaar levert de boom ongeveer dertig tot veertig vruchten. Elke vrucht bevat enkele tientallen cacaobonen. Van een boom komt per jaar gemiddeld slechts een à twee kilogram cacao af.
Er bestaan veel verschillende soorten cacaobomen. Elke soort heeft zijn eigen karakteristieke smaak. Die smaak wordt beïnvloed door klimaat, samenstelling van de grond en nabehandeling na het oogsten.
Van cacaoboon tot chocolade
Op de cacaoplantages worden de cacaobonen uit de vruchten gehaald. De bonen zijn dan taai, paars van kleur en hebben een onaangenaam bittere smaak. Ze worden in bakken gestort, waar een gistingsproces optreedt. Dit heet de fermentatie en duurt ongeveer vijf dagen. Na de fermentatie is de boon bruin van kleur, minder taai en de smaak is veel aangenamer. De bonen worden nu gedroogd in de zon of in zogenaamde drooghuizen. Na het drogen worden de bonen verscheept naar chocoladefabrieken.
In de fabriek worden de bonen eerst gereinigd. De gave bonen worden dan voorgebrand en ontdopt. Dit proces dient om de bonen van onverteerbare delen te ontdoen. Nu volgt het echte branden van de cacaobonen. Het branden dient om het aroma te ontwikkelen en de smaak te verbeteren. Elke fabrikant heeft zijn eigen recept en ontwikkelt een specifieke smaak, die afhankelijk is van de soort bonen, de temperatuur en de duur van het branden.
Na het branden worden de cacaostukjes gemalen. Nu ontstaat de cacaomassa. Deze bevat 55% vet, de cacaoboter. De cacaoboter wordt met hydraulische persen uit de massa verwijderd. Er blijft een droge cacaokoek over. Deze wordt vermalen tot cacaopoeder. Cacaopoeder, cacaoboter, suiker en eventueel melk zijn de ingrediënten voor het maken van chocolade. Het vetgehalte van het cacaopoeder moet exact vermeld worden. Cacaopoeder met een laag vetgehalte wordt verwerkt tot boterhambeleg, imitatiechocolade en bakkerijproducten. Cacaopoeder met een hoog vetgehalte wordt onder andere gebruikt bij het vervaardigen van chocolademelk en consumptie-ijs.


